Grachten van Amsterdamverrassende foto

Grachten van Amsterdam
verrassende foto's van monumenten

 

Het ontstaan van Amsterdam.

 

Amsterdam is een betrekkelijke jonge stad. Tot 1100 was Amstelland een ontoegankelijk, drassig veengebied. Pas eind 12e eeuw begon men vanuit het bisdom Utrecht met ontginningsactiviteiten richting Amsterdam.

De eerste primitieve bebouwing in de vorm van boerenhuisjes ontstond rond 1200 op wat terpjes aan de westelijke oever van de rivier de Amstel, nu de Nieuwendijk. Er zijn daar ook resten gevonden van bewoning door vissers en verschillende ambachtslieden, zoals een smid, tingieter, wever. Omdat de huisjes langzaam in de drassige veengrond wegzakten, werden ze om de zoveel jaar omgetrokken en daar werd dan weer bovenop gebouwd.

Wat later stak men de Amstel over en werd er ook op de oostelijke oever gebouwd: aan de kant van de huidige Warmoesstraat, toen Kerkstraat. Hier ontstond eigenlijk het échte dorp met de eerste kerk, de Oude Zijde.

Het jaar 1275 wordt gezien als het officiële begin van Amsterdam als stad. In die periode werd de Dam in de Amstel aangelegd als waterkering. Amsterdam groeide tot zo'n 1.000 inwoners in 1300, nog altijd een dorp met een paar honderd huizen.

De Oude Kerk is rond 1250 ontstaan als kapel (zeg maar dépendance) van de Parochie van Ouderkerk aan de Amstel, de residentie van de Heren van Amstel. In 1334 ging de pastoor van Ouderkerk dood en werd Amsterdam een zelfstandige parochie binnen het bisdom van Utrecht.

Het ging goed met Amsterdam want omstreeks 1380 werd een nieuwe schil gegraven rond de bestaande bebouwing: de Oudezijds Achterburgwal en de Grimburgwal.
Aan de westkant van de Amstel ontstond een serieuze, toen chique wijk: de Nieuwezijds Voorburgwal en de huidige Spuistraat. De Nieuwezijds kreeg rond 1400 een eigen parochie en kerk, de Nieuwe Kerk. En bij de Dam werd het middeleeuwse stadhuis gebouwd (in de 17e eeuw vervangen door het huidige Paleis).

Amsterdam groeide in die tijd uit tot een belangrijk bedevaartsoord: in 1345 geschiedde aan de Kalverstraat het Mirakel met de hostie die boven een haardvuur bleef zweven. Keizer Maximiliaan ging uit dankbaarheid voor genezing naar Amsterdam op pelgrimage. Vanwege financiële steun aan Maximiliaan mocht Amsterdam de keizerskroon in haar vaandel dragen. In economisch opzicht speelde met name de lakennijverheid, de binnenvaart (tolvrijdom) en de handel in Hamburgs bier een grote rol in de groei, evenals de haringvangst en de graanhandel vanuit Duitsland en Polen.

In 1425 werd het Singel als stadsgracht gegraven, de westelijke en zuidelijke grens van de stad tot aan de huidige Munttoren. Aan de Oude Zijde werden de Geldersekade en de Kloveniersburgwal gegraven als oostelijke grens. Vanaf 1480 werd de stad geheel omgeven met een vijf a zes meter hoge verdedigingsmuur. De stadsmuur had drie grote poorten: de Haarlemmerpoort in het westen, de Regulierspoort in het Zuiden (de huidige Munttoren) en de Sint-Anthonispoort in het Oosten bij de Geldersekade (de huidige Waag).
De nieuwe bebouwing volgde de richting van de vroegere boerenpercelen die vanwege betere afwatering schuin op de Amstel stonden. Daardoor hebben de middeleeuwse huizen nog voorgevels die schuin op het huis staan. En komen de stegen aan de Nieuwe Zijde schuin uit op de burgwallen.

De eerste Amsterdamse huizen hadden houten muren en rieten of strooien daken. Een brand was zó gebeurd. De branden werden geblust met grachtenwater in leren emmertjes die door de wakkere buurtbewoners van man tot man werden doorgegeven.
In de 15e eeuw waren er twee grote stadsbranden. Het bouwen van houten huizen werd te gevaarlijk, ook al omdat uitbundig gestookt werd in het midden van de woonruimte. Er kwamen 'keuren' die voor de nieuwbouw bepaalden dat voortaan de buitenmuren van steen moesten zijn en het dak van onbrandbaar materiaal. Alleen de voorgevels mochten nog van hout zijn. In 1521 eiste het stadsbestuur dat ook de bestaande houten huizen door stenen vervangen zouden worden. Maar dat duurde wel even...

Door de Alteratie in 1578, de overgang van het katholicisme naar het calvinisme, veranderde het stadsbeeld aanzienlijk. De kloosters bezaten bijna alle grond aan de Oude Zijde tussen Nes en Kloveniersburgwal en bepalen nu nog steeds grote delen van het stadspatroon, bijvoorbeeld bij het voormalig Prinsenhof (nu Hotel The Grand), het Binnengasthuis-terrein en de Oudemanhuispoort. De kloosters werden door de gemeente "geconfisqueerd" en de enorme kloosterterreinen veranderden langzamerhand van bestemming.

 

De 17e eeuwse uitbreidingen.

In de 16e eeuw barstte Amsterdam uit z'n voegen: de stad groeide in economisch opzicht en trok veel werkzoekenden van het platteland en uit Duitsland en Scandinavië aan. Daarnaast vluchtten door de val van Antwerpen in 1585 veel gereformeerde Vlamingen voor de katholieke Spanjaarden. In 1500 had Amsterdam nog 10.000 inwoners; in 1580 al 30.000 en in 1630 explodeerde de stad tot zo'n 125.000 bewoners. En daar kwamen rond die tijd ook de joodse vluchtelingen uit Portugal en Oost-Europa bij.
De bebouwing binnen de stadsmuren werd veel te krap, de stad had lucht nodig.

Eerst vonden twee kleinere uitbreidingen plaats: ten westen van het Singel werd een nieuwe stadsgracht, de huidige Herengracht, gegraven. De oostkant werd ook uitgebreid oa het gebied rond de huidige Jodenbreestraat. De wildgegroeide Lastage werd gelegaliseerd en binnen de stadswal gebracht en een deel van de Oostelijke eilanden werd aangelegd.

Vervolgens werd de oude stadsmuur gesloopt en in 1613 vond een echt grote uitbreiding plaats die inspeelde op de mondiale rol die Amsterdam langzamerhand veroverde.
Voor de rijken werden kavels uitgegeven aan de Herengracht, Keizersgracht en Prinsengracht. De grachten werden gegraven vanaf de Brouwersgracht en stopten voorlopig bij de Leidsegracht: het stadsbestuur durfde even het risico van een nóg grotere uitbreiding niet aan.
Voor de armere woningzoekenden (veel immigranten) werd de Jordaan aangelegd. Op de Prinsengracht is goed te zien hoe de Jordaan het veerpatroon van de vroegere agrarische verkaveling volgt: de stroken boerenland liepen schuin af naar de afwateringen.

In 1655 werd op Kattenburg, Wittenburg en Oostenburg een serieus bedrijvenpark aangelegd waar ook de werf van de VOC zich vestigde en de Admiraliteit (nu Zeevaartmuseum).

Vanaf 1663 vond weer een grote uitbreiding van de grachten plaats, de zogenaamde vierde uitleg. De hoofdgrachten werden vanaf de Leidsegracht doorgetrokken tot aan de Amstel, de grachtengordel ten zuiden van de middeleeuwse stad dus.

Deze uitbreidingen waren niet zomaar spontane groeistuipen maar werden gedirigeerd vanaf de centrale tekenkamer. De gronduitgifte van de grachten vond plaats in uniforme kavels van 7 tot 8,5 meter breed. Bij de uitleg van 1663 mochten er ook dubbele kavels voor één woning gekocht worden. Er ontstonden gedeelten zoals de Gouden Bocht van de Herengracht, die alleen haalbaar waren voor de zéér rijke regenten. Deze verloren alle bescheidenheid want ze begonnen zich met beelden en bouwelementen te vergelijken met de Romeinse magistraten. En ze kochten de erven achter hun percelen, bijv aan de Kerkstraat, voor koetshuizen en dienstwoningen. Ook zie je in deze gedeelten van de grachten geen hijsbalken meer: de welgestelde klasse was inmiddels koopman af en bankier of rentenier geworden.
De chique Keizersgracht werd 28 meter breed, de andere hoofdgrachten kregen een breedte van 25 meter toebedeeld (exclusief de straatbreedte van 10 meter aan beide zijden).

Na de Gouden Eeuw verloor Amsterdam zijn positie van wereldknooppunt en sliep langzamerhand in, totdat het onder Napoleon zelfs een filiaalstad van het Franse Rijk werd. Koning Lodewijk Napoleon, een broer van de keizer, werd bewoner van het Stadhuis (1806-1810). Hij sloopte de Waag op de Dam omdat die in het zicht stond en maakte een balkon aan het Paleis dat nog steeds bestaat.

Door de stagnatie stokte het verdere doortrekken van de grachtengordel bij de Plantage (het gebied rond Artis): hier is het oorspronkelijke grachtenplan niet meer tot uitvoering gekomen, de grond werd verhuurd als tuinen en pas in de 19e eeuw bebouwd.

Pas na 1850 kwam er weer beweging, Amsterdam keerde zich naar de wereld. Het   Noordzeekanaal werd gegraven, spoorwegen aangelegd, het Centraal Station gebouwd. Er kwamen Grand-hotels zoals het Victoria-hotel en het Amstelhotel. De Beurs van Berlage, het Paleis voor Volksvlijt en nieuwe wijken als de Pijp werden gerealiseerd. Daarna is het niet meer echt rustig geworden....

 

Opmerkingen of suggesties kunt u mailen naar Cas Kruidenberg.